|
Katoen
Katoen, of boomwol of Gossypium, is een vezel die als zaadpluis voorkomt in de vrucht van de katoenplant. De rijpe vrucht van de katoenstruik die ongeveer drie meter hoog kan worden, bestaat uit vezelvormige, eencellige haren, die ontstaan als uitstulpingen van opperhuid. Katoen is veruit de belangrijkste vezel voor de textielindustrie. het absolute gebruik van katoen over de wereld neemt nog altijd toe, ondanks de continu groeiende concurrentie van synthetische vezels. Meer dan zestig landen tussen 47° noorderbreedte en 30° zuiderbreedte verbouwen katoen.
Van de vier geteelde soorten is de belangrijkste Gossypium hirsutum, de zogenaamde 'uplandkatoen', zo genoemd omdat hij voor het eerst op grote schaal werd verbouwd op de hoger gelegen gronden van de katoenstreek in de Verenigde Staten.
Deze soort wordt tegenwoordig overal verbouwd en vormt nu ruwweg 90% van de katoen in de wereldhandel. Gossypium barbandense, waartoe de Egyptische katoen en de Sea-Islandkatoen behoren, verschaft de langste en duurste vezel, waarmee de fijnere en kostbaardere weefsels worden gemaakt. Na Egypte wordt de barbandense-soort ook veel in Soedan, Perú en een heel klein beetje op de Westindische eilanden verbouwd.
Afhankelijk van de soort varieert de vezellengte tussen de 15 en 50 millimeter (stapellengte) en de diameter van 0,02 tot 0,03 millimeter. Behalve de lengte zijn bijvoorbeeld uniformiteit in lengte, sterkte, fijnheid, rijpheid, kleur en zuiverheid van belang voor de kwaliteit van de katoen. De vezels die op het zaad van de katoenvrucht zitten worden erafgehaald voordat de zaden naar de pers gaan en worden gebruikt als grondstof voor rayon, ofwel viscose.
Dankzij de natuurlijke twist die in een katoenvezel zit en het waslaagje rondom de vezel, laat katoen zich makkelijk spinnen.
Voor het bleken moet het waslaagje echter wel worden verwijderd omdat het bewerkingen en verven van het garen bemoeilijkt. Dit koken in een oplossing van soda of natronloog om de was te verwijderen, wordt ook wel kierkoken genoemd.
Alleen bij ongebleekte katoen mag het waslaagje blijven zitten en biedt dan het voordeel dat de stof redelijk waterafstotend is. Wanneer in een later stadium de natronloog-oplossing nog eens voor de dag wordt gehaald, is het om de katoen te merceriseren. De oplossing veroorzaakt krimp, maar omdat de stof of het garen gespannen is wordt de krimp tegengegaan en zwelt de platte vezel op. De doorsnede wordt nagenoeg rond en de natuurlijke twist verdwijnt bijna geheel. Het resultaat is een wasechte glans, een grotere sterkte en een verhoogde vuilafstotendheid. |
|
|
|