Linnen
Linnen wordt gewonnen uit de bast-of stengel van de vlasplant, die in het Latijn Linum usitatissimum heet. De beste vlassoorten worden verbouwd in Nederland, België, Frankrijk en Ierland. Het meeste vlas komt uit Rusland, ongeveer 80%. De bast van de vlasplant is opgebouwd uit bundels vezels, die door plantelijm, pectine, bijeen worden gehouden. De vezels kunnen een lengte hebben van 75 tot 90 centimeter en heten dan technische vezels. In praktijk gaat de lengte tijdens de bewerking verloren en wordt de lengte van de elementaire vezel teruggebracht tot ergens tussen de 2 en 5 centimeter. De linnenvezel is grover, onregelmatiger en langer dan de katoenvezel.

Dankzij de lange vezelstructuur van de plant heeft linnen een hoog gehalte aan wasachtige bestanddelen, die het doek later zijn specifieke, wasechte glans verlenen.

De hoge prijs die voor linnen moet worden betaald, wordt veroorzaakt door het grote aantal bewerkingen die de vlasplant moet ondergaan om tot een technisch verwerkbare vezel te komen. Het begint met het trekken van de plant, het verwijderen van de zaadbolletjes (repelen), verwijderen van de lijmstoffen (roten), drogen, breken van de stengels, houtdeeltjes verwijderen (zwingelen, afkoken, splitsen en evenwijdig leggen van de vezels (hekelen) en bleken.
Copyright Verotex 2008 - Sinds 1983 - Disclaimer